DAG
VIER
Rouwtaak 4: AANPASSEN AAN EEN OMGEVING ZONDER DE OVERLEDENE
Van te voren klaarleggen: Schatkist / herinneringendoos: Schoenendozen ophalen in de winkel. Plaatjes, stickers, ansichtkaarten, foto's, om de doos mee te versieren (tijdschriften, krantenknipsels: vaak moet er ook iets in over voetbal of een andere sport).
Voor de gouden zon,
op twee kleuren geel papier zon en smiley kopiëren, geel dmc-garen (zie voorbeeld in de
toolkit)
Een gedachtesteen, een kristal voor ieder kind
klaarleggen, te koop in een stenenwinkel of Wereldwinkel.
________________________________________________________
Meditatie -
Gouden Zon
Een
zonnetje, als vriendje in sombere tijden, de zon kan je verwarmen. Bijvoorbeeld
als kinderen pijn in hun buik hebben, verdrietig of angstig zijn, dan kunnen ze
in gedachten de zon in de kamer laten schijnen, waardoor er letterlijk
verlichting kan zijn.
Wat doet
de gouden zon?.............
Hij geeft
licht en warmte, en als je erin gaat zitten, dan kan je nog bruin worden ook.
Zonder licht kunnen wij niet leven. Ieder mens en plant en dier heeft de zon
nodig. De zon is dus eigenlijk een vriendje van ons.
De zon
schijnt overdag altijd, ook als het bewolkt is en je hem niet kunt zien.
Wanneer we
ons verdrietig voelen of bang, dan kunnen we de Gouden Zon, in onze kamer,
school of waar we dan ook zijn, zetten. Als je op bed ligt en je bent bang of
verdrietig, dan kun je dit ook doen, dan voelen we ons prettiger.
DAT GAAN
WE NU PROBEREN:
Boven ons
hoofd staat een Gouden Zon.
Hij
schijnt op ons, dat geeft ons een lekker gevoel.
Nu gaan we
de zon in onze gedachten in de kamer hier zetten. Probeer het maar.
Laat de
Gouden Zon maar helemaal groot worden in de kamer.
Mmmmmmmm.
Lekker warm en vredig.
We laten
de zon lekker in de kamer staan. Daardoor voelen wij ons beter.
Probeer
het thuis ook maar eens, of op school. En ook als het regent. Dan haal je het
licht naar je toe, al is het somber weer. Van de zon word je vanzelf vrolijk.
Alle mensen die in de
hemel zijn, zijn ook dicht bij de zon en de sterren. Wist jij dat de zon een
ster is!?
Herinneringen
In je gedachten en in
je gevoel kun je teruggaan naar hoe het vroeger was. Fijne herinneringen en vervelende
herinneringen hóren bij elkaar. Ze zijn voor altijd van jóu. Herinneringen
helpen erbij dat iemand die dood is, nooit uit je leven verdwijnt.
Iedereen heeft
herinneringen. Zelfs als je vader of moeder al heel lang geleden is doodgegaan,
toen je nog klein was. Die herinnering
is vaak een gevoel, ergens diep van binnen. En soms, door iets wat je ruikt, of
een geluid, of een droom, dan komt dat gevoel opeens weer in jou naar boven.
En dan herinner je je
iets waarvan je dacht dat je het vergeten was.
Missen
Welke dingen mis jij van je ………….?
Met
wie zou je deze dingen nú kunnen doen?
Wat
mis je nog meer nu je ………… er niet meer is?
Wat mis je NIET?
Wat
doe je op zijn / haar verjaardag?
Wat
doe je met vaderdag / moederdag?
Wat
doe je op de dag dat ……… is overleden?
Het
leven gaat verder………….
………
gaat ook verder in de hemel. En die mist jou ook. Maar niet altijd hoor.
Je
………. is maar één gedachte van jou vandaan. Als je aan hem / haar denkt, dan is
hij / zij weer dichtbij. Voor altijd met jou verbonden in je hart door de
LIEFDE.
Verhaal
voorlezen: De buidelzak van Kleine Wolf
De Buidelzak van Kleine Wolf –
Ineke van Essen
Kleine
Wolf schopte een steentje voor zich uit. Hij was in een heel vervelende bui.
Had nergens zin in. Helemaal nergens zin in. Om hem heen in het Indianendorp
waar hij woonde was het een drukte van belang. Iedereen was bezig om het
buffelfeest van die avond voor te bereiden. "Kleine Wolf, wil je niet
helpen met het bakken van het maisbrood?" riepen de vrouwen toen hij langs
liep. "Hé Kleine Wolf….. help eens mee met het hout opstapelen ……….",
riepen de jongens die bezig waren om de grote vuren op te bouwen. Het leek wel of iedereen vrolijk was vandaag.
Nou, maar hij niet hoor. Kleine Wolf had echt geen zin in feestvieren. Hij had
helemaal nergens zin in. En al helemaal niet om tussen die vrolijke mensen te
zijn. Kleine Wolf slenterde, al schoppend tegen steentjes, naar de rivier.
Zonder er bij na te denken liep hij in de richting van de grote vlakte. Ver weg
van de geluiden en het gelach van het dorp.
Pas
toen zijn voeten pijn begonnen te doen, bedacht hij dat hij wel even kon
uitrusten tegen de stam van een oude boom. Hij sloot zijn ogen en wenste dat
deze dag snel voorbij zou zijn. Kleine Wolf dacht aan het vorige buffelfeest,
een jaar geleden.
Wat
was toen alles anders geweest…… Dat was de mooiste dag die Kleine Wolf zich kon
herinneren.
Maar
ja, toen leefde zijn vader nog.
Kleine
Wolf voelde de tranen achter zijn ogen prikken als hij dacht aan zijn vader.
Daardoor zag hij niet hoe er in de verte een grote roofvogel kwam aanzweven.
Het was een havik, en die blijven meestal ver weg van dorpen en mensen. Maar
deze havik vloog recht af op de boom waar Kleine Wolf onder zat, en ging zitten
op één van de takken boven zijn hoofd.
Kleine
Wolf had niets gezien. Hij wreef met zijn vuisten in zijn ogen en was boos en
verdrietig tegelijk. Waarom moest nou juist zijn vader, de allerliefste vader
van de wereld, dood gaan? Waarom niet iemand anders? Waarom niet een oude man
die niet zo bijzonder was als zijn vader en niet zo lief en sterk? Opeens
hoorde Kleine Wolf een stem. Kleine Wolf keek verschrikt om zich heen. Had
iemand hem gevolgd? Hij zag niemand. Hij was helemaal alleen.
Maar
weer hoorde hij een stem. "Kleine Wolf, wat heb je daar in je buidel?
Kleine
Wolf keek nogmaals om zich heen. Maar het enige wat hij zag, was een havik in
de takken boven hem. En haviken konden toch zeker niet praten……….
Toen
Kleine Wolf voor de derde keer dezelfde vraag hoorde, pakte hij aarzelend zijn
leren buidel. Die had hij altijd bij zich en daarin bewaarde hij, net als
iedere indiaan, alles wat voor hem belangrijk was. Het was lang geleden dat hij
in zijn buidel gekeken had.
Voorzichtig
maakte hij de veters los en liet zijn hand in de buidel glijden.
Daar
was de foto van zijn vader. Toen zijn vader klein was, heette hij Kleine Havik,
maar de mensen noemden hem al snel Fluitende Havik, omdat niemand zo mooi op de
fluit kon spelen als hij. O, Kleine Wolf zou er alles voor over hebben als hij
zijn vader nog één keer zou kunnen horen spelen. Het leek wel of iedereen
betoverd werd door het geluid van zijn vaders fluit. Zelfs de honden vergaten
dan te blaffen. Kleine Wolf werd weer trots als hij aan hem dacht: zijn
vader…………….
Kleine
Wolf werd opgeschrikt uit zijn gedachten door de stem. Hij keek snel naar
boven, maar de havik zat onverstoorbaar voor zich uit te kijken. "Wat zit
er nog meer in je buidel?" hoorde hij de stem zeggen. Kleine Wolf's hand
voelde de zachte ronde steen die hij ooit met zijn vader had gevonden bij de
rivier. Hij keek er blij verrast naar. Die steen was hij helemaal vergeten! Hij
volgde met zijn vinger de cirkelvormige lijnen die over de steen liepen en
herinnerde zich weer dat zijn vader toen gezegd had: "Kijk Kleine Wolf,
deze lijnen gaan altijd maar door, rond en rond, er komt geen einde aan. Zo is
het ook met het leven jongen. Onthoud dat maar." Het leek wel of Kleine
Wolf het water in de rivier weer hoorde stromen nu hij de steen vast had, en
alsof hij zijn vaders grote warme hand weer om de zijne voelde.
"Zit
er nog meer in?" vroeg de stem. Kleine Wolf voelde nu gretig in zijn
buidel op zoek naar meer. Hij pakte een groot langwerpig pakje, gewikkeld in
hertenleer.
Terwijl
hij zag wat hij in zijn handen had, stopte hij het gauw weer terug. Nee, niet
dit, dan moest hij vast weer huilen. Kleine Wolf voelde verder in de buidel.
Hij vond een paar adelaarsveren en een tekening. De veren had hij samen met
zijn vader verzameld. Zijn vader wist altijd precies op welke bergrand de
adelaars nestelden. Wat hadden ze vaak samen op hun rug in het gras gelegen,
kijkend naar de rondcirkelende adelaars tegen de blauwe hemel, en wat had zijn
vader hem dan altijd veel verhalen verteld. Over de voorouders, en over Grote
Geest. Die verhalen zou hij goed onthouden bedacht Kleine Wolf, zodat hij ze
later weer zou kunnen vertellen aan zijn eigen kinderen.
Hij
pakte de tekening en zag dat het een wolf was die zijn vader voor hem getekend
had. Kleine Wolf herinnerde zich weer hoe zijn vader hem op schoot had gezet en
had gezegd: "Mijn zoon, vergeet nooit dat jij de kracht van een wolf hebt.
Een wolf weet waar hij kennis en wijsheid kan vinden, en hij is een groot
leraar. Soms zul je dingen meemaken in je leven die je niet begrijpt.
Moeilijke
dingen ook. Verdrietige dingen. Maar je kunt altijd aan jouw wolf om raad en
kracht vragen. En er zal een dag komen dat je geen Kleine Wolf meer bent, maar
dat de mensen je Grote Wolf noemen, omdat je veel hebt meegemaakt en veel hebt
geleerd waarmee je andere mensen kunt helpen om het mysterie van het leven te
begrijpen." Het leek of Kleine Wolf de stem van zijn vader weer hoorde als
hij naar de tekening keek. Hij begreep er niet zoveel van, maar hij voelde zich
wel sterk worden van binnen. "Ik ben Kleine Wolf", zei hij hardop.
"Ik ben Kleine Wolf, de zoon van Fluitende Havik".
Zijn
hand in de buidel voelde ook nog de schelp die zijn vader voor hem had
meegenomen toen hij ooit, na een hele lang reis, bij de oceaan was geweest.
Kleine Wolf had nog nooit de zee gezien. Maar zijn vader zei dat als je de
schelp tegen je oor hield, je heel in de verte de oceaan kon horen. Kleine Wolf
hield de schelp tegen zijn oor en luisterde………..
"Hoor
je dat?" riep hij opgetogen tegen de havik. "Hoor je dat wel!?"
Zijn wens leek in vervulling te gaan. Kleine Wolf hoorde niet alleen de
geluiden van de zee, maar ook zijn vaders fluitspel. Heel even maar, en toen
hield het op. Maar hij had het echt gehoord! "Ja, je hebt het echt
gehoord" zei de stem. "Maar er zit nog iets in je buidel….".
"Ja,
dat weet ik wel, maar dat wil ik nu niet zien. Dan moet ik misschien huilen en
daar heb ik geen zin in. De stem zei niets meer. Kleine Wolf voelde in de nu
bijna lege buidel en keek aarzelend omhoog.
"Ik
wil het echt niet hoor". Weer bleef het volkomen stil. "Nou goed dan,
heel even".
Heel
eerbiedig nam hij het pakje in zijn handen en wikkelde het hertenleer eraf. En
daar zag hij de schitterende kristal dat zijn vader aan hem had gegeven vlak
voor hij wegging op zijn laatste reis, de reis waarvan hij niet meer levend was
teruggekeerd. Fluitende Havik had het hem gegeven met de woorden: "Dit
kristal heeft mijn vader van zijn vader gekregen, en nu is de tijd gekomen dat
ik het kristal aan jou geef. Het zal je beschermen als je bang bent."
Kleine Wolf had direct begrepen dat dit niet zomaar een cadeautje was, maar pas
nu begreep hij de waarde van dit geschenk.
En
hij begreep ook waarom hij het kristal niet uit zijn buidel had willen pakken.
Dit was het laatste cadeau geweest dat zijn vader hem had gegeven. Een
allerlaatste geschenk. Een afscheidsgeschenk. Met het kristal tegen zijn
voorhoofd droomde hij weg, en tot zijn eigen verbazing hoefde Kleine Wolf
helemaal niet te huilen, maar voelde hij zich compleet gelukkig.
Kleine
Wolf schrok op door het geluid van klapwiekende vleugels. De zon ging al bijna
onder…… Hoe lang had hij hier wel niet gezeten? Hij sprong op en keek hoe de
havik een rondje vloog boven Kleine Wolf's hoofd, een veertje liet vallen, en
toen verdween in de verte. "Dag Havik" zei hij zachtjes voor zich
uit. "En nog bedankt!"
Toen
deed hij zo snel hij kon zijn spulletjes in de buidel, stopte er zijn nieuwe
schat, de haviksveer bij, en rende weer terug naar het dorp. In de verte hoorde
hij al het gelach en de muziek, en hij zag de gloed van de vuren. Zo meteen zou
hij naast zijn vrienden en familie rond het vuur zitten en het eerste
buffelvlees eten. Kleine Wolf voelde dat het een heel ander feest zou worden
dan vorig jaar, maar opeens had hij er toch zin in. Hij klemde zijn buidel
tegen zich aan en wandelde het laatste stukje naar het dorp, waar op hem werd
gewacht.
Wat is
jouw allerfijnste herinnering?
Gedachtesteen Zoek maar een kristallijnen steen uit, die
jij mooi vindt. De allerfijnste herinnering aan ……… mag je in de steen stoppen,
en meenemen met een fijne gedachte erin. We leggen hem straks in jouw schatkist.
Je mag de mooiste
herinnering ook opschrijven op gekleurd papier, zodat je hem niet vergeet. (Maar
het mag ook geheim blijven)
KNUTSELEN Je
schatkist of herinneringsdoos maken -
schatten om altijd te bewaren!
We gaan vandaag een schatkist
maken, een herinneringen doos aan je ……………
Wat zou je willen bewaren in je schatkist: ……………………………
en verder leggen we erin:
vlinder, of engeltje,
of sterretje, je masker, tekeningen, je zonnetje, zorgenbriefjes, schelp, tranen, een veer, je kristallijnen steen
en je mooiste gedachte op papier, zodat deze niet vergeten wordt, je gebruiksaanwijzing.
Foto's, misschien een
ketting, of een briefje met handschrift, een kledingstuk, een geurtje, make up,
zeepje, wat was ……… lievelingseten?, welke muziek vond ……… mooi, wat voor
boeken las …….. en naar welke films keek ………… graag?
En……. Het
gaat nooit over! JE BENT NOOIT HELEMAAL KLAAR MET ROUWEN!
Er blijft
altijd een stukje pijn, een soort litteken over. Littekens vergeet je soms, je
hebt er dan helemaal geen last van. Maar ineens kunnen ze jeuken of pijn doen
en ben je er weer mee bezig. Of iemand vraagt hoe je aan dat litteken komt. Op
dat moment weet jij het ook weer. Je kunt dan de pijn van toen weer direct
voelen.
Bijvoorbeeld
als er op school een toneelstukje is en je vader en moeder, omie mogen komen
kijken.
MAAR DIE
PIJN WORDT LANGZAAMAAN…….. WEL MINDER……….
--:--
Dit
is het einde van DAG VIER
Geef de Herinneringendoos mee met je liefste glimlach
======================================================





Geen opmerkingen:
Een reactie posten