HET
LEVEN DUURT EEN LEVEN LANG
(methodieken
voor het omgaan met rouw bij kinderen)
Van te voren toesturen:
1. Informatie over rouwbegeleiding en rouwverwerking voor kinderen tussen de 4 en 12 jaar (zie hieronder)
2. Het werkplan voor rouwverwerking van kinderen van 4 - 12 jaar (zie onderaan)
3. Het intakeformulier met de rouwsymptomen
Meenemen:
1. Vragenlijst voor de ouders (zie onderaan)
2. Mormel de brutale kraai, Rinus Rups die alles van veranderingen weet, hij wordt later een vlinder, Langoor het konijn (handpop, die binnenste buiten kan worden gekeerd om naar zijn gevoel te zoeken) en de wijze kabouter (vingerpopje) die overal een antwoord op weet. Zet hem maar op je vinger en luister maar wat hij zegt (innerlijk kind), en
3. Een cadeautje: Knuffel Beer met berenkracht gaan op bezoek.
_____________________________________________________________________________
Uw kind krijgt bij het intakegesprek een knuffelbeer, om hem/haar eraan te helpen herinneren dat mensen van binnen net zo sterk zijn als een beer, BERENKRACHT, maar dat ze - door het verdriet in een moeilijke periode - daar even niet aan denken.
OP KENNISMAKINGSBEZOEK bij het
kind thuis
Neem samen de vragenlijst voor ouders en de rouwsymptomen door.
Aanbellen met Mormel de handpop. En praat namens deze vogel ......
Mormel: "Woont hier een jongen/meisje waarvan de .............. is overleden?
Ik heb een mevrouw meegenomen om met (het kind) ........ te praten over het verlies van haar moeder/vader/broertje/zusje……… Mogen we even binnenkomen?"
Het kind krijgt een
beer aangeboden, om haar/hem eraan te herinneren dat zij/hij net zoveel
(innerlijke) kracht heeft als de beer. Door het verdriet kan het kind niet
altijd bij deze kracht komen, maar de beer zal haar/hem daarbij helpen.
Of
Vragen of hij/zij ook
een knuffelbeest heeft. Die kan hem/haar troosten, terwijl ze/hij over
moeilijke momenten gaat praten.
"Ik vind het heel erg
voor jou, dat je vader/moeder/broertje/zusje is doodgegaan nu je nog zo jong
bent.
Mijn eigen vader en
mijn moeder zijn ook allebei doodgegaan, maar ik was toen al een stuk ouder. En
het heeft mij ook heel veel pijn en verdriet gedaan." …………………………..
"Veel kinderen en ook
volwassenen vinden het moeilijk om over nare dingen te praten. Het kan zo maar
gebeuren dat je dan even moet huilen, of dat je even niet verder kunt praten.
Het is natuurlijk goed dat je dan even stopt en zelf weer kiest om door te gaan.
Soms praten we en
soms doen we samen wat, zoals de zorgen hangen in de zorgenboom of iets
knutselen."
Mormels piep in zijn
snavel gebruiken als er iets niet klopt in het verhaal, of als ze dat willen
aanvullen. Ze kunnen er ook mee aangeven dat ze zelf verder willen gaan.
Soms iets over je
eigen verliezen vertellen. Dit kan helpen om meer veiligheid en vertrouwen te
geven om aan die vreemde mevrouw toch iets te gaan vertellen.
Bij meerdere kinderen
in één gezin (neem verschillende soorten beren mee om uit te delen, om te laten kiezen), elk kind vragen om zijn eigen verhaal te vertellen over hoe en
wat er gebeurde. Van wie heb je het gehoord. Want iedereen beleeft dat op zijn
eigen manier.
Ondertussen mogen de
kinderen best tekenen, of met hun knuffelbeest knuffelen. Of met Mormel spelen.
VRAGEN OM EEN FOTO VAN DE OVERLEDENE MEE TE NEMEN EN JE MAG OOK EEN KNUFFELBEEST MEENEMEN! Omdat wij een kaarsje aansteken voor de overledene bij de foto.
Van ieder gesprek
wordt een verslag gemaakt en eventueel wordt telefonisch even doorgesproken wat
er opviel.
In de speltherapieruimte: kun je een kleed
met verschillende voorwerpen uitstallen zoals: een schelp, Maria beeld, de
moeder van alle moeders, Boeddha met rugzakje, hemeltelefoon, een mobiel met in
het telefoonboek: de Hemel; wijze kabouter; mooie stenen (bergkristal en roze
kwarts zijn erg geliefd), mormel de kraai, langoor het konijn; een foto van je
eigen moeder of vader (je bent niet de enige die iemand verliest), rinus rups, zorgenpoppetje
(Wereldwinkel), herinneringsdoos: (een versierde schoenendoos), tranenpotje
(met verschillende soorten kleine (gekleurde) glazen steentjes als tranen); een
praatstok (bij groepjes mag degene met de praatstok in de hand praten en moeten
alle anderen luisteren), zorgenboom, waarin alle zorgen gehangen kunnen worden,
een witte roos (symbool van universele liefde).
We steken wat kaarsen aan
bij de foto van de geliefde overledene van het kind.
Informatie over rouwbegeleiding en rouwverwerking voor kinderen tussen de 4 en 12 jaar
_______________________________________________________
Problemen die zich kunnen voordoen
Het leven wordt voor
kinderen na het overlijden van een vader of moeder, broertje of zusje als een warboel ervaren. Het helpt dan om
alles gewoon te laten zijn wat er is. Niets is gek of raar. Dit is hun manier
om te reageren. Ze hebben niet de inzichten, en volgroeide gevoelens die
volwassenen wel bezitten.
Kinderen schuiven het
rouwen vaak voor zich uit, totdat ze voelen dat ze lichamelijk en geestelijk
veilig zijn. Als de zaken thuis weer normaal draaien en er sprake is van rust.
Kinderen rouwen in
stukjes. Omdat ze de pijn nog niet in volle hevigheid kunnen toelaten. Ze zijn
ook niet in staat om er lange tijd achter elkaar mee bezig te zijn. Voor
volwassenen is verwerken door erover te praten. Kinderen communiceren door te
spelen.
Kinderen kunnen in
regressie gaan. Dat wil zeggen, ze gaan terug naar een periode waarin het nog
veilig was, om weer greep te krijgen op de nieuw ontstane situatie. Dit kan
zich uiten in weer in bed gaan plassen of duimzuigen, of vastklampen aan de
overgebleven ouder uit angst om die ook te verliezen.
Ze willen ook niet
bijzonder zijn of anders dan anderen. Daardoor uiten ze hun gevoelens niet
vaak, uit angst voor afwijzing. Verder willen kinderen hun ouder(s) verdriet
besparen, en zich daarmee groot houden. Er kan dan behoefte zijn om met iemand
te praten die er verder van afstaat, of er niets mee te maken heeft, zoals een
leerkracht, een goede buur of een psycho sociaal werker, rouwbegeleider.
Kinderen tussen de 5 à 6 jaar tot ongeveer 12 jaar kunnen een schoolfobie ontwikkelen. Het kind durft dan niet meer naar school te gaan, omdat het bang is weer iemand kwijt te raken, of om de achtergebleven ouder alleen thuis te laten. Verder kunnen ze regelmatig prikkelbaarheid, huilbuien, en gedragsproblemen vertonen.
Andere problemen die zich kunnen voordoen: slecht concentreren, vergeetachtig, slecht slapen, nachtmerries, nare gedachten, zelf dood willen, buikpijn, hoofdpijn, niet willen of kunnen eten, verlatingsangst, zich afsluiten, niet meer spelen, praten, driftbuien, zich afzonderen.
Of hun broertje/zusje pesten, schreeuwen, de
clown uithangen in de klas. Deze problemen kunnen zich voordoen lange tijd
nadat een familielid is overleden, waardoor de verbinding met dit feit niet
meteen wordt gemaakt.
Drie
vragen die kinderen vaak hebben:
1. Is het mijn schuld? Kon ik er
iets aan doen. Geen enkele gedachte kan de dood veroorzaken.
2. Is het besmettelijk? Ga ik er
ook aan dood. Kan ik ook verongelukken. Laat een erfelijke aandoening
controleren bij de huisarts. Als het kind nog met vragen zit, ga dan samen naar
de dokter om uitleg. Zodat het kind weet dat haar
zorgen serieus worden genomen.
3. Wie gaat er nu voor mij zorgen? Vaak zijn
familieleden zelf in hun rouwproces verwikkeld, zodat de ouder en
broertjes/zusjes minder beschikbaar zijn voor het meest gevoelige kind. Leg uit
naar wie het toe kan in noodgevallen.
Vermijden of onderdrukken verlengt het rouwproces
Het is belangrijk om
alle gevoelens te erkennen. Er zijn geen verkeerde of slechte gevoelens. Ook
jaloers zijn is gewoon menselijk. Gevoelens worden pas eng als we net doen of
ze er niet zijn, als we ze geheim houden.
Verdriet en pijn
horen bij het leven. Rouwen is geen ziekte, maar een natuurlijke reactie op
verlies. Het is een taak voor de volwassenen om kinderen te leren het leven te
leven. Je realiseert je dat je zelf ook kwetsbaar bent en wordt dan
aangesproken op je eigen onzekerheden. Met al je liefde kun je ook kinderen in
je omgeving niet beschermen voor verdriet en pijn. Maar we kunnen pijn wel
delen. Verdriet kan op een natuurlijke wijze deel uitmaken van het leven. Maar
het neemt niet meteen de veiligheid weg. We moeten kinderen het vertrouwen
meegeven dat tranen worden gedroogd, niet voor altijd, maar altijd weer.
Op deze blog bied
ik je een aantal mogelijkheden om je kinderen weer vrolijk en gelukkig te
maken. Kinderen zijn flexibel. Echter, als signalen zich voor langere tijd
voordoen, en je hebt alles gedaan wat in je vermogen ligt, stap dan naar een iemand,
die gespecialiseerd is in rouw- en verliesverwerking. Om gekwetste gevoelens en
nare gedachten te boven te komen, en verdere problemen te voorkomen. De Landelijke Stichting Rouw (LSR) geeft op de website
per provincie aan wie zich hiermee bezighouden.
Signalen om hulp in te roepen als gedurende een langere periode:
1. je kind er triest uitziet
2. je kind zich niet gewoon kan ontspannen
3. je kind minder zorg besteedt aan het uiterlijk en kleding
4. je kind meer en meer alleen wil zijn
5. je kind slecht kan slapen of inslapen
6. je kind niet naar school wil
7. je kind geen zin heeft in hobby's
8. je kind dood wil om bij de overledene te zijn
Helingsritueel
Wat je als ouder / verzorger meteen kunt
doen, is een kaars branden bij een foto van jullie overleden geliefde. Het geeft
een gevoel dat de vertrokken dierbare in jullie harten is en niet vergeten zal
worden.
PS: Het is altijd belangrijk om goed te eten en drinken, met name in een rouwperiode adviseer ik om hier extra goed op te letten. Een rouwproces met alle emoties, zorgen ontneemt je veel energie. Met name veel verse groenten en fruit geven extra energie! Denk bij weinig eetlust eventueel aan een vitaminepil.
--:--
Rouwsymptomen samen doornemen
I N T A K E L I J S
T R O U W S Y M P T O M E N
In te vullen door de ouders /
verzorgers
Wilt
u op onderstaande lijst die gevoelens en symptomen aankruisen, die u bij uw
kind heeft waargenomen sinds het verlies?
Emotioneel:
0 Ongeloof
/ verdoofd 0 toont geen gevoelens
0 Verward
/ paniek 0 lichamelijke pijn
0 Angst 0
schuldgevoel
0 Verdrietig 0 acceptatie
0 Boos 0
wil weer klein(er) zijn
0 Gevoel geen controle te hebben
0 Gevoel voor anderen te moeten zorgen
0 Voelt zich schuldig als hij/zij plezier heeft
Lichamelijk:
0 Moe / gebrek aan energie 0 Slaapproblemen
0 Wil meer slapen 0 Gebrek aan eetlust
0 Benauwd 0 Wil voortdurend eten
0 Gevoel dat keel dichtzit 0 Zenuwachtigheid
0 Schreeuwen 0 Buikpijn
0 Eczeem
/ huiduitslag / jeuk 0 Hyperactief/rusteloos
0 Kan zich niet concentreren 0 Hoofdpijn
0 Bedplassen
Gedrag:
0 Heeft ouder(s) meer nodig 0 Wil bij ouder(s) slapen
0 Wil niet gescheiden worden van ouder 0
Wil niet naar school
0 Maakt ruzie met ouder(s) / anderen 0 Voelt zich vaker ziek
0 Is wreed voor dieren
0 Maakt dingen stuk
0 Heeft hulp nodig bij taken die hij/zij
gewoonlijk zelf kan
0 Speelt niet met andere kinderen
0 Trekt zich terug
0 Praat over zelf dood willen
Aanvullende informatie:
……………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………………………………
Datum:
………………………………………..
WERKPLAN
ROUWVERWERKING
VOOR KINDEREN VAN 4 – 12 JAAR
_______________________________________________________
Inleiding
Als kinderen door
een moeilijke periode in hun leven gaan, en door de volwassenen in hun naaste
omgeving erkend worden in hun lastige gevoelens, geeft dat op zich al een stuk
verlichting voor ze. Ze krijgen daarmee het bewustzijn dat de liefde in een
grotere kring voorhanden is, dan alleen binnen de familie.
Maar waar ze hun
hele leven mee toe kunnen, is als wij ze handvatten aanreiken, waarmee ze
zichzelf in hun kracht kunnen zetten. Daardoor kunnen ze met zèlfvertrouwen hun
levenstaken tegemoet zien.
Voor je ligt een
werkplan, geschikt om met kinderen die een verlies door de dood hebben
meegemaakt, mee te werken.
Wat cursief staat gedrukt,
is informatie voor jezelf, die niet uitgesproken wordt. De vragen die juist wel
gesteld moeten worden, heb ik vet afgedrukt.
Het is aan te
bevelen om van te voren de te behandelen themadag goed door te lezen. Kies
daarbij uit wat je op die dag wilt bespreken en wat bij jou als hulpverlener
past.
Het werkplan is
opgebouwd uit zes onderdelen, die kunnen worden uitgewerkt in zes verschillende
dagen. Omdat er een logische volgorde in zit, is het aan te raden om bij dag 1
te beginnen en op die manier verder te werken.
De eerste drie
weken een wekelijkse bijeenkomst, daarna een tweewekelijkse, zodat een kind de
tijd heeft om alles rustig een plekje te geven en jij als hulpverlener voor wat
langer de tijd hebt om dit kind in zijn/haar kracht te zetten.
Bij iedere dag
wordt er een ondersteunend knutselwerkje gemaakt. We geven de kinderen met de
geboden aandacht het vertrouwen mee dat tranen worden gedroogd, niet voor
altijd, maar altijd weer.
Dag 1: Helder krijgen wat er eigenlijk allemaal is gebeurd
Doel: Het accepteren van het overlijden van een ouder of broer of zus. Het
wordt thuis nooit meer hetzelfde als vóór die tijd. En daarnaast het erkennen
van de chaos die ontstaat in het hoofd van het kind en de golf van nare emoties
die het met zich meebrengt.
Door over het
tragische gebeurde te praten, komt er ordening in de verwarrende gedachten bij
kinderen. Het lucht op om openlijk over moeilijke gedachten, gevoelens en gedrag te
kunnen praten. We hangen de zorgen in de zorgenboom. Achter iedere zorg zit ook
altijd een wens. Die wensen mogen de kinderen daarna uitspreken, zoveel als ze
willen.
Dag 2: Gevoelens zichtbaar maken en kijken naar gevoelens
Doel: Het herkennen van lastige gevoelens horende bij een overlijden.
Gevoelens zijn er
gewoon. Gevoelens hebben een functie en vertellen ons let op!; er is mij iets
overkomen waar ik naar moet kijken.
Kinderen hebben
vaak nog geen woorden voor gevoelens. Door gevoelens als verdriet, boosheid,
angst en pijn zichtbaar te maken en met elkaar te delen, kunnen ze beter
verwerkt worden.
De kinderen maken
een gevoelsmasker en krijgen hierdoor het inzicht dat wij er aan de binnenkant met
al onze gevoelens, heel anders uitzien dan je aan onze buitenkant kunt zien.
Dag 3: Gevoelens
ervaren - Hoe voel je je?
Doel: Door naar de vervelende gevoelens te kijken en ze door te werken,
kunnen ze ook weer losgelaten worden, waardoor het kind weer heel wordt.
Het is voor
kinderen heerlijk om te gooien zo hard als ze kunnen, terwijl ze roepen waarom
ze zo ontzettend kwaad zijn.
Een dromen/nare
gedachtenvanger kan worden gemaakt om de angst te verminderen.
En een
gebruiksaanwijzing die kan worden opgehangen in huis, zodat iedereen weet wat
je kind nodig heeft als het bijvoorbeeld verdrietig is.
Dag 4: Aanpassen aan een
omgeving zonder de overledene
Doel: Het verlies is een feit en
krijgt een plaats in het leven van een kind.
Nare gevoelens en fijne gevoelens horen bij elkaar. Soms ben je een stukje verdrietig, en dan weer een of twee stukjes vrolijk en gezellig. Herinneringen zijn je schatten om altijd te bewaren.
We maken een
"schatkist" waar we al onze verschillende herinneringen in stoppen.
Een steen met de
mooiste gedachte aan degene die nu niet meer leeft, hoort daarbij. Als je die
steen vastpakt, en aan …….. denkt, dan ben je weer wat dichter bij elkaar.
Dag 5: Nieuwe vriendschappen krijgen
Doel: De toekomst wordt verkend. Je kind kan weer verder leven met nieuwe levenskracht.
Het leven gaat verder…… Papa of mama kan misschien weer een nieuwe partner vinden of gaan juist uit elkaar omdat ze het verlies van een ander kind niet goed te boven komen.
Je krijgt weer
nieuwe vriendjes of vriendinnetjes.
De visualisatie van
een gouden zon kan je in sombere tijden licht en warmte geven die je zo af en
toe hard nodig hebt.
Dag 6: is een terugkomdag
Doel: Ongeveer een half jaar na dag 5
worden de puntjes nog eens een keer op de i gezet. Een innerlijke reis, met
daaraan gekoppeld een stukje vergeving kan nog extra heling brengen.
Tussen de bijeenkomsten door wordt overlegd met de verzorger wat is opgevallen tijdens de 'knutselmiddag'.
--:--
SAMEN VRAGENLIJST DOORNEMEN
Vragen voor de
ouder(s) om beter inzicht te krijgen in het rouwproces (voor zover van toepassing)
1.
Wat voor kind is ……………………………? Wat zijn haar/zijn klachten?
2.
Waaraan is uw ……………… overleden?
3.
Op welke dag is uw ………………… overleden?
4.
Hoe lang was hij/zij ziek?
5.
Wie heeft uw kind(eren) opgevangen tijdens:
a. het overlijden
b. de begrafenis
c. de afgelopen tijd
6a.
Is ………………… betrokken geweest bij het afscheid nemen na het overlijden van uw …………………………?
6b. is hij/zij betrokken geweest bij de
begrafenis / crematie plechtigheid?
7.
Hoever bent uzelf in uw rouwverwerking?
a. Heeft u de draad van het leven weer
opgepakt?
b. Kunt u weer werken
c. Hoe vaak denkt u aan uw overleden
man/vrouw/kind
d. Staat u open voor een nieuwe relatie
evt. 8a. Is er een oma of tante of een vriendin,
schooljuffrouw die een stukje vrouwelijke begeleiding kan overnemen (logeren of
een dagje er naartoe)?
of
8b. Is er een opa of oom of een vriend,
schoolmeester die een stukje mannelijke begeleiding kan overnemen (logeren of
een dagje er naartoe)?
evt. 9. Leeft de moeder of vader van uw man/vrouw
nog?
Het zou mooi zijn als zij uw kinderen
kunnen vertellen wie hun moeder/vader was.
Herinneringen kunnen ophalen met een
fotoboek erbij.
evt. 10a. Is er een aandenken aan zijn/haar moeder,
broertje/zusje, opa/oma, bijvoorbeeld een geurtje, een sjaaltje, een horloge,
armband of ketting, make up spulletjes, speelgoed, dat …………………… mag hebben?
of
evt. 10b. Is er een aandenken aan haar/zijn vader, bijvoorbeeld aftershave, een das, een horloge, paspoort dat ….… mag hebben.
11. Wat heb je al aan
verliesverwerking / begeleiding van je kinderen gedaan? (boeken uit de
bibliotheek?)
a. Staat er een foto
in de woonkamer
b. Brand u wel eens
een kaarsje om de overledene te gedenken
c. Wat doet u met de
verjaardag van uw man/vrouw/kind om hem/haar te gedenken
d. Wat doet u met
vaderdag/moederdag – leuke herinneringen ophalen
e. Wat doet u op de sterfdag van uw man/vrouw/kind
f. Waren er
bijzondere rituelen met bepaalde feestdagen, die u kunt aanhouden ter
herinnering aan
uw man/vrouw/kind
g. heeft u met de
kinderen boeken gelezen over de dood, bijv. via de bibliotheek
12. Speelt het geloof
een rol in uw gezin? Waar is uw overleden ………… voor uw gevoel. Waar denken de
kinderen dat uw ………………… is?
13. Als ……. dood kan
gaan…. dan kan mama/papa of ik….. of mijn broertje/zusje ook dood gaan!
Heeft u besproken met
de kinderen dat iedereen een keer dood gaat. Dat als je geboren wordt, je ook weer zult dood gaan.
Dat dat bij het leven hoort.
Als ………… zich zorgen
maakt dat mama/papa ziek wordt of dood gaat, bespreekbaar maken waar de
kinderen dan naar toe kunnen gaan. (Vertel je kind alsjeblieft niet dat je je doodschrikt)
14. Heeft ……….
lichamelijke klachten? Eet hij/zij goed (vis eten!), slaapt hij/ze goed? Wat
doet hij/ze aan beweging?
Is hij/ze gezond, gebruikt
hij/ze medicijnen?
15. Hoe is het gedrag
van uw kinderen? Zijn ze wel eens agressief of boos zonder dat daar een reden
voor is. Of gaan ze om het minste of geringste huilen. Gevoelens komen en gaan,
als kinderen zich niet lekker voelen, kunnen ze om negatieve aandacht gaan
vragen, ruzie maken, of iets kapot maken.
16. Ik denk dat het
belangrijk is dat uw andere kind(eren)…….. ook betrokken wordt in het
verwerkingsproces. Voorkomen is beter dan genezen. Zoudt u er over willen
nadenken of hij/zij mag meekomen. Ze kunnen er dan samen nog over napraten, en
er ook samen sterker uit komen.
Met name jongens
moeten vaak flink zijn en mogen niet huilen, maar hebben ook gevoel, net zoals
meisjes.
--:--

Geen opmerkingen:
Een reactie posten