donderdag 11 april 2024

OP KENNISMAKINGSBEZOEK bij het kind thuis

HET LEVEN DUURT EEN LEVEN LANG  

(methodieken voor het omgaan met rouw bij kinderen)

Van  te voren toesturen: 

1. Informatie over rouwbegeleiding en rouwverwerking voor kinderen tussen de 4 en 12 jaar  (zie hieronder)

2. Het werkplan voor rouwverwerking van kinderen van 4 - 12 jaar  (zie onderaan)

3. Het intakeformulier met de rouwsymptomen

Meenemen:

1. Vragenlijst voor de ouders (zie onderaan)

2. Mormel de brutale kraai, Rinus Rups die alles van veranderingen weet, hij wordt later een vlinder, Langoor het konijn (handpop, die binnenste buiten kan worden gekeerd om naar zijn gevoel te zoeken) en de wijze kabouter (vingerpopje) die overal een antwoord op weet. Zet hem maar op je vinger en luister maar wat hij zegt (innerlijk kind), en 

3. Een cadeautje: Knuffel Beer met berenkracht gaan op bezoek.

_____________________________________________________________________________


Uw kind krijgt bij het intakegesprek een knuffelbeer, om hem/haar eraan te helpen herinneren dat mensen van binnen net zo sterk zijn als een beer, BERENKRACHT,  maar dat ze - door het verdriet in een moeilijke periode - daar even niet aan denken.

OP KENNISMAKINGSBEZOEK bij het kind thuis

 

Neem samen de vragenlijst voor ouders en de rouwsymptomen door.


Aanbellen met Mormel de handpop. En praat namens deze vogel ......

Mormel: "Woont hier een jongen/meisje waarvan de .............. is overleden? 

Ik heb een mevrouw meegenomen om met (het kind) ........ te praten over het verlies van haar moeder/vader/broertje/zusje……… Mogen we even binnenkomen?"


Het kind krijgt een beer aangeboden, om haar/hem eraan te herinneren dat zij/hij net zoveel (innerlijke) kracht heeft als de beer. Door het verdriet kan het kind niet altijd bij deze kracht komen, maar de beer zal haar/hem daarbij helpen.

Of

Vragen of hij/zij ook een knuffelbeest heeft. Die kan hem/haar troosten, terwijl ze/hij over moeilijke momenten gaat praten.

 

"Ik vind het heel erg voor jou, dat je vader/moeder/broertje/zusje is doodgegaan nu je nog zo jong bent.

Mijn eigen vader en mijn moeder zijn ook allebei doodgegaan, maar ik was toen al een stuk ouder. En het heeft mij ook heel veel pijn en verdriet gedaan." …………………………..

 

"Veel kinderen en ook volwassenen vinden het moeilijk om over nare dingen te praten. Het kan zo maar gebeuren dat je dan even moet huilen, of dat je even niet verder kunt praten. Het is natuurlijk goed dat je dan even stopt en zelf weer kiest om door te gaan.

Soms praten we en soms doen we samen wat, zoals de zorgen hangen in de zorgenboom of iets knutselen."

 

Mormels piep in zijn snavel gebruiken als er iets niet klopt in het verhaal, of als ze dat willen aanvullen. Ze kunnen er ook mee aangeven dat ze zelf verder willen gaan.

Soms iets over je eigen verliezen vertellen. Dit kan helpen om meer veiligheid en vertrouwen te geven om aan die vreemde mevrouw toch iets te gaan vertellen.

Bij meerdere kinderen in één gezin (neem verschillende soorten beren mee om uit te delen, om te laten kiezen), elk kind vragen om zijn eigen verhaal te vertellen over hoe en wat er gebeurde. Van wie heb je het gehoord. Want iedereen beleeft dat op zijn eigen manier.

Ondertussen mogen de kinderen best tekenen, of met hun knuffelbeest knuffelen. Of met Mormel spelen.

 

VRAGEN OM EEN FOTO VAN DE OVERLEDENE MEE TE NEMEN EN JE MAG OOK EEN KNUFFELBEEST MEENEMEN! Omdat wij een kaarsje aansteken voor de overledene bij de foto.

 

Van ieder gesprek wordt een verslag gemaakt en eventueel wordt telefonisch even doorgesproken wat er opviel.

 

In de speltherapieruimte: kun je een kleed met verschillende voorwerpen uitstallen zoals: een schelp, Maria beeld, de moeder van alle moeders, Boeddha met rugzakje, hemeltelefoon, een mobiel met in het telefoonboek: de Hemel; wijze kabouter; mooie stenen (bergkristal en roze kwarts zijn erg geliefd), mormel de kraai, langoor het konijn; een foto van je eigen moeder of vader (je bent niet de enige die iemand verliest), rinus rups, zorgenpoppetje (Wereldwinkel), herinneringsdoos: (een versierde schoenendoos), tranenpotje (met verschillende soorten kleine (gekleurde) glazen steentjes als tranen); een praatstok (bij groepjes mag degene met de praatstok in de hand praten en moeten alle anderen luisteren), zorgenboom, waarin alle zorgen gehangen kunnen worden, een witte roos (symbool van universele liefde).

 

We steken wat kaarsen aan bij de foto van de geliefde overledene van het kind.

 

 



Informatie over rouwbegeleiding en rouwverwerking voor kinderen tussen de 4 en 12 jaar

_______________________________________________________

Problemen die zich kunnen voordoen

Het leven wordt voor kinderen na het overlijden van een vader of moeder, broertje of zusje  als een warboel ervaren. Het helpt dan om alles gewoon te laten zijn wat er is. Niets is gek of raar. Dit is hun manier om te reageren. Ze hebben niet de inzichten, en volgroeide gevoelens die volwassenen wel bezitten.

Kinderen schuiven het rouwen vaak voor zich uit, totdat ze voelen dat ze lichamelijk en geestelijk veilig zijn. Als de zaken thuis weer normaal draaien en er sprake is van rust.

Kinderen rouwen in stukjes. Omdat ze de pijn nog niet in volle hevigheid kunnen toelaten. Ze zijn ook niet in staat om er lange tijd achter elkaar mee bezig te zijn. Voor volwassenen is verwerken door erover te praten. Kinderen communiceren door te spelen.

Kinderen kunnen in regressie gaan. Dat wil zeggen, ze gaan terug naar een periode waarin het nog veilig was, om weer greep te krijgen op de nieuw ontstane situatie. Dit kan zich uiten in weer in bed gaan plassen of duimzuigen, of vastklampen aan de overgebleven ouder uit angst om die ook te verliezen.

Ze willen ook niet bijzonder zijn of anders dan anderen. Daardoor uiten ze hun gevoelens niet vaak, uit angst voor afwijzing. Verder willen kinderen hun ouder(s) verdriet besparen, en zich daarmee groot houden. Er kan dan behoefte zijn om met iemand te praten die er verder van afstaat, of er niets mee te maken heeft, zoals een leerkracht, een goede buur of een psycho sociaal werker, rouwbegeleider.

Kinderen tussen de 5 à 6 jaar tot ongeveer 12 jaar kunnen een schoolfobie ontwikkelen. Het kind durft dan niet meer naar school te gaan, omdat het bang is weer iemand kwijt te raken, of om de achtergebleven ouder alleen thuis te laten. Verder kunnen ze regelmatig prikkelbaarheid, huilbuien, en gedragsproblemen vertonen.

 

Andere problemen die zich kunnen voordoen: slecht concentreren, vergeetachtig, slecht slapen, nachtmerries, nare gedachten, zelf dood willen, buikpijn, hoofdpijn, niet willen of kunnen eten, verlatingsangst, zich afsluiten, niet meer spelen, praten, driftbuien, zich afzonderen.

Of hun broertje/zusje pesten, schreeuwen, de clown uithangen in de klas. Deze problemen kunnen zich voordoen lange tijd nadat een familielid is overleden, waardoor de verbinding met dit feit niet meteen wordt gemaakt.

 

Drie vragen die kinderen vaak hebben:

1. Is het mijn schuld? Kon ik er iets aan doen. Geen enkele gedachte kan de dood veroorzaken.

2. Is het besmettelijk? Ga ik er ook aan dood. Kan ik ook verongelukken. Laat een erfelijke aandoening controleren bij de huisarts. Als het kind nog met vragen zit, ga dan samen naar de dokter om uitleg. Zodat het kind weet dat haar zorgen serieus worden genomen.

3. Wie gaat er nu voor mij zorgen? Vaak zijn familieleden zelf in hun rouwproces verwikkeld, zodat de ouder en broertjes/zusjes minder beschikbaar zijn voor het meest gevoelige kind. Leg uit naar wie het toe kan in noodgevallen.

 

Vermijden of onderdrukken verlengt het rouwproces

Het is belangrijk om alle gevoelens te erkennen. Er zijn geen verkeerde of slechte gevoelens. Ook jaloers zijn is gewoon menselijk. Gevoelens worden pas eng als we net doen of ze er niet zijn, als we ze geheim houden.

 

Verdriet en pijn horen bij het leven. Rouwen is geen ziekte, maar een natuurlijke reactie op verlies. Het is een taak voor de volwassenen om kinderen te leren het leven te leven. Je realiseert je dat je zelf ook kwetsbaar bent en wordt dan aangesproken op je eigen onzekerheden. Met al je liefde kun je ook kinderen in je omgeving niet beschermen voor verdriet en pijn. Maar we kunnen pijn wel delen. Verdriet kan op een natuurlijke wijze deel uitmaken van het leven. Maar het neemt niet meteen de veiligheid weg. We moeten kinderen het vertrouwen meegeven dat tranen worden gedroogd, niet voor altijd, maar altijd weer.

 

Op deze blog bied ik je een aantal mogelijkheden om je kinderen weer vrolijk en gelukkig te maken. Kinderen zijn flexibel. Echter, als signalen zich voor langere tijd voordoen, en je hebt alles gedaan wat in je vermogen ligt, stap dan naar een iemand, die gespecialiseerd is in rouw- en verliesverwerking. Om gekwetste gevoelens en nare gedachten te boven te komen, en verdere problemen te voorkomen. De Landelijke Stichting Rouw (LSR) geeft op de website per provincie aan wie zich hiermee bezighouden.

 

Signalen om hulp in te roepen als gedurende een langere periode:

1. je kind er triest uitziet

2. je kind zich niet gewoon kan ontspannen

3. je kind minder zorg besteedt aan het uiterlijk en kleding

4. je kind meer en meer alleen wil zijn

5. je kind slecht kan slapen of inslapen

6. je kind niet naar school wil

7. je kind geen zin heeft in hobby's

8. je kind dood wil om bij de overledene te zijn


Helingsritueel

Wat je als ouder / verzorger meteen kunt doen, is een kaars branden bij een foto van jullie overleden geliefde. Het geeft een gevoel dat de vertrokken dierbare in jullie harten is en niet vergeten zal worden.

 

PS: Het is altijd belangrijk om goed te eten en drinken, met name in een rouwperiode adviseer ik om hier extra goed op te letten. Een rouwproces met alle emoties, zorgen ontneemt je veel energie. Met name veel verse groenten en fruit geven extra energie! Denk bij weinig eetlust eventueel aan een vitaminepil.

 

 

--:--

 

Rouwsymptomen samen doornemen



I N T A K E L I J S T    R O U W S Y M P T O M E N

In te vullen door de ouders / verzorgers

 

Wilt u op onderstaande lijst die gevoelens en symptomen aankruisen, die u bij uw kind heeft waargenomen sinds het verlies?

 

Emotioneel:

 

0  Ongeloof  / verdoofd                             0  toont geen gevoelens

0  Verward  / paniek                                 0  lichamelijke pijn

0  Angst                                                   0  schuldgevoel

0  Verdrietig                                             0  acceptatie

0  Boos                                                    0  wil weer klein(er) zijn

0  Gevoel geen controle te hebben

0  Gevoel voor anderen te moeten zorgen

0  Voelt zich schuldig als hij/zij plezier heeft

 

Lichamelijk:

 

0  Moe / gebrek aan energie                          0  Slaapproblemen

0  Wil meer slapen                                        0  Gebrek aan eetlust

0  Benauwd                                                  0  Wil voortdurend eten

0  Gevoel dat keel dichtzit                              0  Zenuwachtigheid

0  Schreeuwen                                              0  Buikpijn

0  Eczeem  /  huiduitslag  / jeuk                     0  Hyperactief/rusteloos

0  Kan zich niet concentreren                         0  Hoofdpijn

0  Bedplassen   

 

Gedrag:

 

0  Heeft ouder(s) meer nodig                          0  Wil bij ouder(s) slapen

0  Wil niet gescheiden worden van ouder          0  Wil niet naar school

0  Maakt ruzie met ouder(s) /  anderen            0  Voelt zich vaker ziek

0  Is wreed voor dieren

0  Maakt dingen stuk

0  Heeft hulp nodig bij taken die hij/zij gewoonlijk zelf kan

0  Speelt niet met andere kinderen

0  Trekt zich terug

0  Praat over zelf dood willen

 

Aanvullende informatie:

 

……………………………………………………………………………………………………………

 

……………………………………………………………………………………………………………

 

……………………………………………………………………………………………………………

 

……………………………………………………………………………………………………………

 

 

 

 

  

Datum: ………………………………………..



WERKPLAN

ROUWVERWERKING VOOR KINDEREN VAN 4 – 12 JAAR

_______________________________________________________

Inleiding

Als kinderen door een moeilijke periode in hun leven gaan, en door de volwassenen in hun naaste omgeving erkend worden in hun lastige gevoelens, geeft dat op zich al een stuk verlichting voor ze. Ze krijgen daarmee het bewustzijn dat de liefde in een grotere kring voorhanden is, dan alleen binnen de familie.

Maar waar ze hun hele leven mee toe kunnen, is als wij ze handvatten aanreiken, waarmee ze zichzelf in hun kracht kunnen zetten. Daardoor kunnen ze met zèlfvertrouwen hun levenstaken tegemoet zien.

 

Voor je ligt een werkplan, geschikt om met kinderen die een verlies door de dood hebben meegemaakt, mee te werken.

Wat cursief staat gedrukt, is informatie voor jezelf, die niet uitgesproken wordt. De vragen die juist wel gesteld moeten worden, heb ik vet afgedrukt.

Het is aan te bevelen om van te voren de te behandelen themadag goed door te lezen. Kies daarbij uit wat je op die dag wilt bespreken en wat bij jou als hulpverlener past.

 

Het werkplan is opgebouwd uit zes onderdelen, die kunnen worden uitgewerkt in zes verschillende dagen. Omdat er een logische volgorde in zit, is het aan te raden om bij dag 1 te beginnen en op die manier verder te werken.

De eerste drie weken een wekelijkse bijeenkomst, daarna een tweewekelijkse, zodat een kind de tijd heeft om alles rustig een plekje te geven en jij als hulpverlener voor wat langer de tijd hebt om dit kind in zijn/haar kracht te zetten.

 

Bij iedere dag wordt er een ondersteunend knutselwerkje gemaakt. We geven de kinderen met de geboden aandacht het vertrouwen mee dat tranen worden gedroogd, niet voor altijd, maar altijd weer.

 

Dag 1: Helder krijgen wat er eigenlijk allemaal is gebeurd

Doel: Het accepteren van het overlijden van een ouder of broer of zus. Het wordt thuis nooit meer hetzelfde als vóór die tijd. En daarnaast het erkennen van de chaos die ontstaat in het hoofd van het kind en de golf van nare emoties die het met zich meebrengt.

 

Door over het tragische gebeurde te praten, komt er ordening in de verwarrende gedachten bij kinderen. Het lucht op om openlijk over moeilijke gedachten, gevoelens en gedrag te kunnen praten. We hangen de zorgen in de zorgenboom. Achter iedere zorg zit ook altijd een wens. Die wensen mogen de kinderen daarna uitspreken, zoveel als ze willen.

 

Dag 2: Gevoelens zichtbaar maken en kijken naar gevoelens

Doel: Het herkennen van lastige gevoelens horende bij een overlijden.

Gevoelens zijn er gewoon. Gevoelens hebben een functie en vertellen ons let op!; er is mij iets overkomen waar ik naar moet kijken.

Kinderen hebben vaak nog geen woorden voor gevoelens. Door gevoelens als verdriet, boosheid, angst en pijn zichtbaar te maken en met elkaar te delen, kunnen ze beter verwerkt worden.

 

De kinderen maken een gevoelsmasker en krijgen hierdoor het inzicht dat wij er aan de binnenkant met al onze gevoelens, heel anders uitzien dan je aan onze buitenkant kunt zien.

 

Dag 3: Gevoelens ervaren  -  Hoe voel je je?

Doel: Door naar de vervelende gevoelens te kijken en ze door te werken, kunnen ze ook weer losgelaten worden, waardoor het kind weer heel wordt.

 

Het is voor kinderen heerlijk om te gooien zo hard als ze kunnen, terwijl ze roepen waarom ze zo ontzettend kwaad zijn.

Een dromen/nare gedachtenvanger kan worden gemaakt om de angst te verminderen.

En een gebruiksaanwijzing die kan worden opgehangen in huis, zodat iedereen weet wat je kind nodig heeft als het bijvoorbeeld verdrietig is.

 

Dag 4: Aanpassen aan een omgeving zonder de overledene

Doel:  Het verlies is een feit en krijgt een plaats in het leven van een kind.

Nare gevoelens en fijne gevoelens horen bij elkaar. Soms ben je een stukje verdrietig, en dan weer een of twee stukjes vrolijk en gezellig. Herinneringen zijn je schatten om altijd te bewaren.

We maken een "schatkist" waar we al onze verschillende herinneringen in stoppen.

Een steen met de mooiste gedachte aan degene die nu niet meer leeft, hoort daarbij. Als je die steen vastpakt, en aan …….. denkt, dan ben je weer wat dichter bij elkaar.

 

Dag 5: Nieuwe vriendschappen krijgen

Doel:  De toekomst wordt verkend. Je kind kan weer verder leven met nieuwe levenskracht.

Het leven gaat verder…… Papa of mama kan misschien weer een nieuwe partner vinden of gaan juist uit elkaar omdat ze het verlies van een ander kind niet goed te boven komen.

Je krijgt weer nieuwe vriendjes of vriendinnetjes.

De visualisatie van een gouden zon kan je in sombere tijden licht en warmte geven die je zo af en toe hard nodig hebt.

 

Dag 6: is een terugkomdag

Doel:  Ongeveer een half jaar na dag 5 worden de puntjes nog eens een keer op de i gezet. Een innerlijke reis, met daaraan gekoppeld een stukje vergeving kan nog extra heling brengen.

 

Tussen de bijeenkomsten door wordt overlegd met de verzorger wat is opgevallen tijdens de 'knutselmiddag'.

 

--:--


SAMEN VRAGENLIJST DOORNEMEN


Vragen voor de ouder(s) om beter inzicht te krijgen in het rouwproces (voor zover van toepassing)

 

1. Wat voor kind is ……………………………? Wat zijn haar/zijn klachten?

 

2. Waaraan is uw ……………… overleden?

 

3. Op welke dag is uw ………………… overleden?

 

4. Hoe lang was hij/zij ziek?

 

5. Wie heeft uw kind(eren) opgevangen tijdens:

        a. het overlijden

        b. de begrafenis

        c. de afgelopen tijd

 

6a. Is ………………… betrokken geweest bij het afscheid nemen na het overlijden van uw …………………………?

6b. is hij/zij betrokken geweest bij de begrafenis / crematie plechtigheid?

 

7. Hoever bent uzelf in uw rouwverwerking?

        a. Heeft u de draad van het leven weer opgepakt?

        b. Kunt u weer werken

        c. Hoe vaak denkt u aan uw overleden man/vrouw/kind

        d. Staat u open voor een nieuwe relatie

 

evt.  8a. Is er een oma of tante of een vriendin, schooljuffrouw die een stukje vrouwelijke begeleiding kan overnemen (logeren of een dagje er naartoe)?

        of 

        8b. Is er een opa of oom of een vriend, schoolmeester die een stukje mannelijke begeleiding kan overnemen (logeren of een dagje er naartoe)?

 

evt.  9. Leeft de moeder of vader van uw man/vrouw nog?

        Het zou mooi zijn als zij uw kinderen kunnen vertellen wie hun moeder/vader was.

        Herinneringen kunnen ophalen met een fotoboek erbij.

 

evt.  10a. Is er een aandenken aan zijn/haar moeder, broertje/zusje, opa/oma, bijvoorbeeld een geurtje, een sjaaltje, een horloge, armband of ketting, make up spulletjes, speelgoed, dat …………………… mag hebben?

        of

evt.  10b. Is er een aandenken aan haar/zijn vader, bijvoorbeeld aftershave, een das, een horloge, paspoort dat ….… mag hebben.

 

11. Wat heb je al aan verliesverwerking / begeleiding van je kinderen gedaan? (boeken uit de bibliotheek?)

a. Staat er een foto in de woonkamer

b. Brand u wel eens een kaarsje om de overledene te gedenken

c. Wat doet u met de verjaardag van uw man/vrouw/kind om hem/haar te gedenken

d. Wat doet u met vaderdag/moederdag – leuke herinneringen ophalen

e. Wat doet u op de sterfdag van uw man/vrouw/kind

f. Waren er bijzondere rituelen met bepaalde feestdagen, die u kunt aanhouden ter herinnering aan

                uw man/vrouw/kind

g. heeft u met de kinderen boeken gelezen over de dood, bijv. via de bibliotheek

 

12. Speelt het geloof een rol in uw gezin? Waar is uw overleden ………… voor uw gevoel. Waar denken de kinderen dat uw ………………… is?

 

13. Als ……. dood kan gaan…. dan kan mama/papa of ik….. of mijn broertje/zusje ook dood gaan!

Heeft u besproken met de kinderen dat iedereen een keer dood gaat. Dat als je geboren wordt, je ook weer zult dood gaan. Dat dat bij het leven hoort.

Als ………… zich zorgen maakt dat mama/papa ziek wordt of dood gaat, bespreekbaar maken waar de kinderen dan naar toe kunnen gaan. (Vertel je kind alsjeblieft niet dat je je doodschrikt)

 

14. Heeft ………. lichamelijke klachten? Eet hij/zij goed (vis eten!), slaapt hij/ze goed? Wat doet hij/ze aan beweging?

Is hij/ze gezond, gebruikt hij/ze medicijnen?

 

15. Hoe is het gedrag van uw kinderen? Zijn ze wel eens agressief of boos zonder dat daar een reden voor is. Of gaan ze om het minste of geringste huilen. Gevoelens komen en gaan, als kinderen zich niet lekker voelen, kunnen ze om negatieve aandacht gaan vragen, ruzie maken, of iets kapot maken.

 

16. Ik denk dat het belangrijk is dat uw andere kind(eren)…….. ook betrokken wordt in het verwerkingsproces. Voorkomen is beter dan genezen. Zoudt u er over willen nadenken of hij/zij mag meekomen. Ze kunnen er dan samen nog over napraten, en er ook samen sterker uit komen.

Met name jongens moeten vaak flink zijn en mogen niet huilen, maar hebben ook gevoel, net zoals meisjes.

 

--:--


Informeren of er nog vragen zijn en een datum afspreken om te beginnen met de rouwbegeleiding.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

WELKOM

WELKOM   (In de rechterkolom kun je elke gewenste taal kiezen)   Wat fijn dat je deze blog gevonden hebt.   Mocht je met kinderen aa...